Het Observatorium is met vakantie in augustus! We profiteren ervan om enkele oude artikels met actuele waarde opnieuw te publiceren!
Afdrukbare versie van dit artikel Afdrukbare versie

Opleiding Werk

Is opleiding het antwoord op de problematiek van massawerkloosheid?

28 september 2015 Gilles Van Hamme, Marion Englert

CC by

Een zeer populaire verklaring voor werkloosheid, zeker in Brussel, is het ontoereikende opleidingsniveau van de werklozen. Volgens dit denkkader vereist de arbeidsmarkt een evenwicht tussen vraag en aanbod, net als om het even welke andere markt. Het onevenwicht bestaat er dan uit dat de kwalificaties van de werknemers niet volstaan om de behoeften van de werkgevers aan gekwalificeerde arbeidskrachten te dekken.

In Belgische werkgeverskringen is dit een steeds weer terugkerende discours. De verklaring van Dominique Michel, voorzitter van Agoria Brussel, illustreert dit:

Terwijl de werkgevers gemiddeld op zoek zijn naar 33% gediplomeerden uit het hoger onderwijs, 30% uit het hoger secundair, en 37 % uit het lager onderwijs of lager secundair, volgt het profiel van de werklozen deze cijfers niet, aangezien de verhoudingen respectievelijk 11%, 19% en 70% bedragen. […] Zolang dit hiaat blijft bestaan, zal het werkloosheidscijfer in Brussel niet onder de 20% dalen.

Dit discours wordt royaal overgenomen door de politiek die het doorslaggevende belang van opleiding op de voorgrond stelt om de problematiek van de werkloosheid in Brussel op te lossen:

Een van de grootste moeilijkheden inzake de vermindering van de werkloosheid bestaat uit de ontoereikendheid van de profielen van de werkzoekenden in vergelijking met de behoeften van de ondernemingen [1].

Maar wat weten we over het verband tussen werkloosheid en opleidingsniveau in België, en meer bepaald in Brussel?

  • Op individueel niveau bestaat er een sterk verband tussen het werkloosheidscijfer en het opleidingsniveau (Tabel 1). Tabel 1 toont dat de werkloosheidscijfers 3 keer hoger zijn voor personen die hoogstens over een diploma lager secundair beschikken ten opzichte van wie beschikt over een hoger diploma. Een gelijksoortig verschil, maar op een lager niveau, zien we over heel België;


Tabel 1: Werkloosheidscijfer per diplomaniveau in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in België in 2012
 BrusselBelgië
Laaggeschoold (lager sec.) 29,3 % 14,2 %
Gemiddeld geschoold (hoger sec.) 21,1 % 7,8 %
Hooggeschoold (hoger) 9% 4 %

Bron: Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid (op basis van de Enquête Arbeidskrachten)

  • Nochtans stellen we op samengevoegd niveau geen eenduidig verband vast tussen het opleidingsniveau van een bevolking in haar geheel en het werkloosheidsniveau.

Twee elementen illustreren hoe zwak dit verband is.

Enerzijds is er zowel op het niveau van de Belgische steden als op de schaal van de agglomeraties in heel Europa geen eenduidig verband te vinden tussen het werkloosheidscijfer en het opleidingsniveau. Zo wordt in grafiek 1 het aandeel hoger gediplomeerden in verband gebracht met het werkloosheidscijfer, maar uit die grafiek blijkt geen enkel verband tussen deze twee variabelen. Meer geavanceerde analyses die alle Europese stedelijke gebieden in aanmerking nemen, leiden tot dezelfde conclusie [2] : de steden waar de bevolking gemiddeld over een hoger diplomaniveau beschikt, vertonen niet noodzakelijkerwijs een lager werkloosheidscijfer.

Grafiek 1: Werkloosheidscijfer en opleidingsniveau in de Belgische steden


Anderzijds resulteerde de aanzienlijke verbetering van het opleidingsniveau in Brussel en elders in België niet in een daling van het werkloosheidscijfer. Slechts zelden wordt belicht hoe sterk het opleidingsniveau van de bevolking is toegenomen: tussen 1993 en 2009 nam de verhouding van de actieve bevolking die beschikt over een diploma van het hoger onderwijs toe van 34% naar 46% in Brussel, terwijl tegelijkertijd het aandeel personen dat hoogstens over diploma lager secundair beschikt afnam van 40% naar 25% [3]. In dezelfde periode bleef het werkloosheidsniveau relatief stabiel met cijfers tussen de 15% en 20% van de beroepsbevolking.

Grafiek 2. Evolutie van het werkloosheidscijfer en het aandeel hooggediplomeerden in de Brusselse beroepsbevolking tussen 1992 en 2009
Bron: Enquête Arbeidskrachten en eigen berekeningen
Nota: de hier gebruikte internationale definitie van het werkloosheidscijfer verklaart waarom de administratieve cijfers lager liggen.


Zodoende is het verband tussen opleidingsniveau en werkloosheid, dat in sterke mate aanwezig is op individueel niveau, absoluut niet bewezen op collectief niveau. Een gebrek aan beschikbare en aangepaste banen kan deze vaststelling helpen verklaren. Zo bezien zal een hoger diploma de plaats van een werkloze in de wachtrij voor een baan wijzigen, zonder effect te hebben op het totaal aantal personen dat werkloos is.

Waarom wordt deze boodschap dan steeds weer de wereld in gestuurd zelfs al berust ze op zeer zwakke empirische grondslagen?

Hier moeten we het doen met veronderstellingen. Enerzijds legt dergelijk discours de fout bij de werkloze, die onvoldoende opgeleid is, eerder dan bij een systeem dat ontoereikende en onaangepaste banen voor zijn bevolking levert. Vanuit werkgeversoogpunt anderzijds, zet dit discours het beleid aan tot meer investeringen in opleidingen. Zo beschikken ondernemingen over een beter opgeleide arbeidsreserve, die bij voorkeur klaargestoomd is om aan het werk gezet te worden.

Vertaling naar het Nederlands : Marie-Eve Cosemans

Voetnoten

[1“Contract voor de economie en de tewerkstelling” van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2005, p.39

[2De afwezigheid van het verband tussen diplomaniveau van de bevolking en het werkloosheidscijfer wordt zelfs bevestigd door stadsgebieden te vergelijken die een sectoriële structuur van hetzelfde type hebben. Englert M. (2013), Analyse des déterminants du chômage urbain et politique de rééquilibrage entre l’offre et la demande de travail en Région de Bruxelles-Capitale, Working Paper DULBEA, Research series, N°13-03, januari 2013.

[3Evenwel dient benadrukt te worden dat, ondanks de tendens tot verbetering van het diplomaniveau van de bevolking, het aandeel jongeren dat hoogstens een diploma van het hoger secundair onderwijs heeft, hoger is in Brussel dan in de twee andere gewesten. De vaststelling van afwezigheid van verband tussen diplomaniveau van het geheel van de bevolking en werkloosheidscijfers suggereert dat de verbetering van het diplomaniveau niet leidt tot het einde van de werkloosheid. Natuurlijk blijft het belangrijk om, vanuit het oogpunt van gelijke kansen en rechtvaardigheid, het schoolafhaken te bestrijden en de toegang tot het hoger onderwijs te verbeteren.