Afdrukbare versie van dit artikel Afdrukbare versie

Gender Sociale klassen

alleenstaande moeder worden

de rol van sociaaleconomische ongelijkheden

27 oktober 2026 Denise B. Musni
Vertaling naar het Nederlands: Amani Kongolo - Elena Decock - Sam Gaullier

CC by

In België wordt meer dan één op de tien kinderen ter wereld gebracht door een alleenstaande moeder. Het onderwerp intrigeert, aangezien het alleen grootbrengen van een kind vaak gepaard gaat met moeilijkheden, zowel voor de moeder als het kind. Dit artikel, een fragment uit een uitgebreidere studie, heeft als doel om een beeld te schetsen van het profiel van vrouwen die een kind hebben gekregen wanneer ze single waren. Er wordt ook onderzocht in hoeverre het opleidingsniveau en het inkomen de kansen om alleenstaande moeder te worden beïnvloeden.

Verschillende soorten alleenstaande moeders

Uit openbare gegevens blijkt dat er jaarlijks zo’n 15.000 à 17.000 kinderen ter wereld gebracht worden door alleenstaande moeders. Het gaat om vrouwen die op het moment van de geboorte niet getrouwd en evenmin wettelijk of feitelijk samenwonend waren, blijkt uit een combinatie van gegevens uit het Rijksregister en geboorteakten. Deze geboorten stellen in België zo’n 12% à 14% voor van het totale aantal geboorten in de afgelopen jaren. [1] Vaak stelt men zich een alleenstaande moeder voor als een zeer jonge vrouw die ‘per ongeluk’ zwanger is geraakt. Toch blijkt dat het aandeel kinderen van alleenstaande moeders van 35 jaar of ouder is gestegen van 19% in 2011 naar 24% in 2022 (zie Figuur 1). Deze stijging wijst op 2 zaken. Aan de ene kant kunnen situaties die ertoe leiden dat een vrouw alleenstaande moeder wordt, zoals een ongeplande zwangerschap, een relatiebreuk of het overlijden van de partner, iedereen overkomen. Aan de andere kant wijst het op de algemene tendens om steeds later kinderen te krijgen.

Verschillende studies richtten zich ook op een kleine groep in volle groei; van vrouwen tussen eind dertig en begin veertig die bewust kiezen om alleenstaande moeder te worden. Bij deze zogenaamde ‘solo moeders’ vindt de zwangerschap vaak plaats door een kunstmatige voortplanting. [2]

Wie wordt er alleenstaande moeder, naar opleidingsniveau, inkomen en leeftijd?

Om het profiel te analyseren van 43.810 vrouwen van 25 jaar en ouder, die hun eerste kind kregen wanneer ze alleenstaand waren, tussen 2005 en 2015, baseerden we ons op Belgische individuele administratieve gegevens. Met alleenstaande moeders verstaat men vrouwen die niet getrouwd en evenmin wettelijk of feitelijk samenwonend waren bij de geboorte van hun eerste kind, volgens gegevens over de samenstelling van het huishouden. Figuur 2 geeft het opleidingsniveau en het inkomen van deze alleenstaande moeders weer naar leeftijd.

Onder de jongste alleenstaande moeders (25 à 29 jaar) is het aandeel vrouwen met een basisopleiding of minder het grootst (17%, zie figuur 2A) en is het jaarlijks inkomen voor de geboorte laag. (40%, zie figuur 2B). [3] Weinig onder hen hebben langdurig hoger onderwijs gevolgd (9%), en nog minder behoorden tot de welgestelde categorie (1%).

Naarmate de leeftijd toeneemt, stijgt ook het aandeel hoogopgeleide vrouwen met een hoog inkomen (zie figuur 2). Onder de alleenstaande vrouwen die op hun veertigste of ouder hun eerste kind kregen, volgden één op de vier langdurig hoger onderwijs en genoot 17% een ruim inkomen.

Dit socio-economische profiel schetst een beeld van de samenhang tussen opleiding, inkomen en leeftijd op het moment dat iemand alleenstaande moeder wordt. Het uitvoeren van de statistische analyse op meer dan 500.000 alleenstaande vrouwen zonder kinderen bevestigt de geobserveerde tendensen. Voor de leeftijd van 35 zijn het voornamelijk vrouwen met een laag opleidings- en inkomensniveau die alleenstaande moeder worden. Maar vanaf de leeftijd van 35 keert het tij: de hoogstopgeleide en bestbetaalde vrouwen zijn steeds meer geneigd hun eerste kind te krijgen als alleenstaande.

Er kan nog dieper worden ingegaan op de factoren die van toepassing zijn op vrouwen van 35 jaar en ouder. Het wordt op die leeftijd vaak moeilijker om een kind te krijgen. Tussen 2005 en 2015 volgden we zo’n 165.000 vrouwen van 35 jaar en ouder die geen kinderen hebben. 9541 van hen werden gedurende deze periode alleenstaande moeder.

De belangrijkste resultaten voor vrouwen van 35 jaar en ouder worden in onderstaande Figuur 3 weergegeven. De referentiegroep komt overeen met vrouwen die een diploma secundair onderwijs behaalden en een gemiddeld inkomen hebben (paars bolletje). De figuur vergelijkt de tendens om een eerste kind te krijgen als alleenstaande, volgens de verschillende combinaties van opleidings- en inkomensniveau, t.o.v. deze referentiegroep. In principe wijst een Hazard Ratio hoger dan 1 op een hogere tendens om alleenstaande moeder te worden in vergelijking met de referentiegroep. Een Hazard Ratio onder 1 wijst dan weer op een lagere tendens. Volgens de grafiek hebben vrouwen die een langdurige hoger onderwijs opleiding volgden en een gemiddeld inkomen genieten 60% (Hazard Ratio van 1,6, roze lijn) meer kans om alleenstaande moeder te worden dan vrouwen met een diploma secundair onderwijs en ook een gemiddeld loon. Degene met een diploma basisonderwijs en een gemiddeld inkomen hebben zo’n 20% (Hazard Ratio van 0,8, groene lijn) minder kans om als alleenstaande hun eerste kind te krijgen dan vrouwen met een diploma secundair onderwijs en een gelijkaardig loon.

Elke gekleurde lijn geeft de tendens weer om als alleenstaande een eerste kind te krijgen, naargelang het opleidingsniveau en in vergelijking met andere opleidingsgroepen. De positie van elke lijn op de x-as laat zien hoe het inkomensniveau de kans beïnvloedt om als alleenstaande een kind te krijgen, afhankelijk van het opleidingsniveau. Op de volledige grafiek is te zien dat de roze lijn boven de andere opleidingsniveaus blijft. Dit betekent dat vanaf 35 jaar de hoogstopgeleide vrouwen de grootste kans hebben om als alleenstaande moeder een kind te krijgen, ongeacht hun niveau van inkomen. Daarentegen geldt dat, onder de vrouwen die op die leeftijd alleenstaand en kinderloos zijn gebleven, de vrouwen met het laagste opleidingsniveau het minst kans hebben om alleenstaande moeder te worden.

Bij de meeste vrouwen neemt de kans om na 35 jaar alleenstaande moeder te worden af naargelang hun inkomen stijgt (de groene, oranje en blauwe lijnen dalen op de grafiek). Bij vrouwen met een diploma van het langdurig hoger onderwijs (roze lijn) neemt de kans juist toe om na 35 jaar als alleenstaande een eerste kind te krijgen, naargelang hun welgesteldheid. Ten opzichte van de referentiegroep (paarse punt) hebben zij meer dan dubbel zoveel kans om als alleenstaande een eerste kind te krijgen.

Opmerkingen: het privilege van de keuze

Op jonge leeftijd hebben vrouwen uit bevoorrechte milieus vaak de neiging om het moederschap uit te stellen om te focussen op hun opleiding, de opbouw van hun carrière of persoonlijke bezigheden. Vrouwen met een lager opleidings- en inkomensniveau hebben daarentegen minder mogelijkheden om hun sociaaleconomische situatie te verbeteren en kunnen daardoor eerder geneigd zijn een ongeplande zwangerschap te aanvaarden. In België worden deze vrouwen ook met grotere obstakels geconfronteerd als ze een ongewenste zwangerschap willen afbreken. Eens de wettelijke termijn van 12 weken na de bevruchting is verstreken, moeten ze vaak reizen naar het buitenland (vaak naar Nederland) voor dure abortusprocedures.

Op latere leeftijd kiezen sommige alleenstaande vrouwen ervoor om in hun eentje een kind te krijgen, in plaats van het risico te lopen nooit moeder te worden. De resultaten tonen aan dat dit vooral het geval lijkt te zijn bij hoogopgeleide vrouwen, zelfs als ze over een bescheiden inkomen beschikken. Hieruit kan worden afgeleid dat het opleidingsniveau middelen biedt die verder gaan dan het inkomen. Een goede en stabiele baan, zelfs als deze flexibel of deeltijds is, en een welgestelde familie- en vriendenkring kunnen het alleenstaand moederschap bijvoorbeeld haalbaarder maken.

Het is interessant om te zien dat in tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten, niet alle alleenstaande vrouwen met een hoog inkomen vaker hun eerste kind verwachten na hun vijfendertigste dan vrouwen met een laag inkomen. Alleen hoogopgeleide vrouwen volgen deze trend. Vrouwen met een hoog inkomen maar met een lager opleidingsniveau hebben daarentegen minder kans om op latere leeftijd moeder te worden wat waarschijnlijk wijst op meer traditionele opvattingen over het gezin.

De verschillen tussen vrouwen met een korte en een lange hogere opleiding kunnen wijzen op sociale klassenverschillen binnen de groep van hoogopgeleiden. Degene die universitaire studies bogen, komen vaker uit privilege milieus en hebben liberale attitudes. Dat kan zowel hun visie op alleenstaand moederschap als de manier waarop zij dit realiseren beïnvloeden. Onze resultaten sluiten aan bij eerdere studies over “solo-moeders”, die vaak zowel hoogopgeleid als financieel stabiel zijn.

Een hoog inkomen maakt het mogelijk om een project van alleenstaand moederschap te realiseren met name via medisch begeleide voortplanting (MBV) – de meest voorkomende manier om als alleenstaande zwanger te worden. In België hebben alleenstaande vrouwen wettelijk toegang tot dit en betaalt de staat ongeveer 80% van de behandelingskosten. Donorsperma kost echter 500 euro per rietje en de remgelden bedragen tussen 500 en 700 euro per IVF-cyclus (afhankelijk van de kliniek is het minder voor de inseminatie) waarbij soms meerdere pogingen nodig zijn. Alleenstaand moederschap via MBV is dus vooral toegankelijk voor vrouwen met voldoende financiële middelen. Daarnaast kunnen vruchtbaarheidsklinieken en adoptiediensten soms de voorkeur geven aan kandidaten met een stabiele financiële situatie bij de selectie van toekomstige alleenstaande moeders. [4]

In onze studie kregen tussen 2005 en 2015 meer dan 63 000 vrouwen van 35 tot 48 jaar zonder diploma geen kind [5]. Op die leeftijden is de kans groter dat zij kinderloos blijven. Voor een deel van hen is dat wellicht een bewuste keuze maar kinderloosheid bij vrouwen wordt vaker verklaard door het uitstellen van het moederschap dan door een afwijzing ervan. [6] Bovendien toont een onderzoek uit Scandinavische landen aan dat kinderloosheid tegenwoordig vaker voorkomt bij lager opgeleide vrouwen. [7] Dit stelt voor dat in samenlevingen waar het algemene opleidingsniveau stijgt, worden vrouwen zonder hoger onderwijs steeds meer benadeeld op verschillende vlakken in hun leven. Ten eerste hebben zij minder toegang tot sociale en vrijetijdsactiviteiten die ontmoetingen bevorderen. [8] Ten tweede vinden zij moeilijker hun plaats op de arbeidsmarkt wat hen economisch kwetsbaarder maakt. Deze economische kwetsbaarheid kan een rem vormen op het realiseren van een plan om een kind te hebben, zeker wanneer zij op 35-jarige leeftijd of ouder nog geen kinderen hebben. Deze factoren verkleinen hun kansen om moeder te worden, zowel binnen een relatie en als “solo-moeder”.

Deze overwegingen tonen aan hoe sociaaleconomische ongelijkheden beïnvloeden wie alleenstaande moeder wordt, en op welk moment. Hoewel structurele veranderingen nodig zijn om iedereen een kans te geven het gezin te vormen dat zij wensen, kunnen obstakels voor ouderschap nu al verminderd worden door fatsoenlijke lonen te garanderen en een betere balans tussen het werk en privéleven te ondersteunen. Het aangepaste verlof verzien en betaalbare kinderopvang organiseren is ook noodzakelijk. Toekomstige en huidige ouders zouden hun werk moeten kunnen afstemmen op de gezinsbehoeften zonder te vrezen voor negatieve economische gevolgen.

Voetnoten

[3] Het individuele jaarinkomen werd oorspronkelijk gemeten in schijven van €5.000 en vervolgens samengevoegd in vier categorieën. De categorie “gemiddeld” omvat het gewaarborgd minimuminkomen in België voor elk jaar. De drempels zijn als volgt:
2005–2007 – laag (0 tot < €10.000/jaar), gemiddeld (€10.000 tot < €20.000/jaar), hoger (€20.000 tot < €35.000/jaar) en welgesteld (≥ €35.000/jaar);
2008–2015 – laag (0 tot < €15.000/jaar), gemiddeld (€15.000 tot < €25.000/jaar), hoger (€25.000 tot < €40.000/jaar) en welgesteld (≥ €40.000/jaar).

[4] [Hertogs, P., Van Gasse, D., Spikic, S., & Mortelmans, D. (2021). “Fertility Practitioners’ Coping Strategies When Faced with Intra-Role Conflict from Screening Aspiring Single Mothers by Choice”. Social Sciences, 10(11), 438.]->https://doi.org/10.3390/socsci10110438

[5] Het is uiteraard mogelijk dat sommige vrouwen na de observatieperiode alsnog een kind hebben gekregen.