Gender Rijkdom Sociale klassen
Alleenstaand ouderschap
welke realiteit voor de kinderen en hun ouders?
2 maart 2026
Vertaling naar het Nederlands:
Amani Kongolo
-
Elena Decock
-
Sam Gaullier
Dit artikel is een aanpassing van een persbericht dat een onderzoeksrapport samenvat: Monoparentalités : étude des situations de garde d’enfants de parents séparés
Het artikel richt zich op alleenstaande ouders en samengestelde gezinnen, en hoe de voogdij over de kinderen geregeld wordt. Het doel is om de verschillende gezinsconfiguraties, zoals eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen en gedeeld gezag tussen beide ouders beter te begrijpen, zowel in hun frequentie als in de socio-economische uitdagingen die ermee gepaard gaan.

Universidad de Navarra - Pimthida
Voor het eerst wordt de situatie van de kinderen bestudeerd, op basis van gegevens uit een enquête waarmee gemeten wordt hoeveel tijd zij bij de ondervraagde ouder doorbrengen. Op deze manier kunnen de verschillende configuraties van eenoudergezinnen worden onderscheiden op basis van de mate waarin de zorg voor de kinderen min of meer tussen beide ouders wordt verdeeld. Uit de onderstaande grafiek stellen we vast dat het merendeel van de kinderen (¾) met beide ouders woont.
De situatie van kinderen van gescheiden ouders is zeer gevarieerd, toch krijgt de moeder over het algemeen de bevoegdheid over de kinderen. Zo blijkt dat bij kinderen die niet met hun beide ouders samenwonen, ongeveer twee op vijf kinderen altijd bij hun moeder wonen, en slechts één op zes tijdens een deel van de vakanties en het weekend tijd doorbrengen met hun vader. Omgekeerd, leven er maar één op 20 kinderen van gescheiden ouders grotendeels of constant bij hun vader. Over het algemeen stellen we bij gedeeld gezag na een scheiding een opvallende afwijking vast van het doel van de wet van 2006, die als doel had om gedeeld ouderlijk gezag gelijker te maken [2], aangezien dit maar één op vijf kinderen van gescheiden ouders raakt. Het is echter wel niet eenvoudig om zonder achtergrondinformatie over de scheiding (geweld, achteloosheid, nalatigheid, ...) te gaan oordelen over de deugdelijkheid van de soort voogdij of ouderlijk gezag, met zicht op de belangen van het kind. In bepaalde gevallen kan het ook dat de ouders voor de geboorte van het kind gescheiden zijn; of zelfs nooit een stel geweest zijn.
Verschillende vormen van voogdij in verband met verschillende levensstandaarden
De verschillende vormen van voogdij of ouderlijk gezag gaan gepaard met zeer uiteenlopende levensstandaarden. Gemiddeld genieten kinderen, waarvan de ouders het ouderlijk gezag gelijk verdelen, van een levenskwaliteit die sterk aanleunt bij die van een kind dat opgroeit in een niet gescheiden gezin. Echter hebben kinderen die uitsluitend met hun moeder leven te kampen met behoorlijk wat moeilijkheden. Voor kinderen die voornamelijk bij hun moeder wonen, ligt de situatie tussen beide: ze zijn minder kwetsbaar dan kinderen die altijd bij hun moeder wonen, maar ondervinden toch meer problemen dan een kind wiens ouders niet gescheiden zijn of een gelijke verdeling hanteren van het ouderlijk gezag. Zo zien we, dat voor deze laatste groep, minder dan 15% zich niet kan veroorloven om op reis te gaan. Bij kinderen die voornamelijk of uitsluitend bij hun moeder wonen geldt dit respectievelijk voor ongeveer 20% en 50% van hen.
Een andere bron van ongelijkheid heeft te maken met het gender van de ouder, zelfs binnen een evenwichtige co-ouderschapregeling. Bij de ouders wanneer het verblijf gelijk verdeeld is, worden moeders vaker met moeilijkheden geconfronteerd dan vaders. Zo is 20% van de vaders met co-ouderschap huurders, tegenover 40% van de moeders in dezelfde situatie.
Vrouwen besparen vaker op persoonlijke uitgaven. Bij ouders met een evenwichtige co-ouderschapregeling heeft 1 op de 20 vaders niet de middelen om iets te drinken met vrienden, tegenover 3 op de 20 moeders in dezelfde situatie. De situatie is niet te vergelijken met moeders die volledig alleen met hun kinderen wonen. Bij hen stijgt dit tekort tot 1 op 3.
Alleenstaande ouder : lager opgeleid en minder aan het werk?
Toch kunnen we niet alle verschillen in levensstandaard toeschrijven aan de scheiding zelf en aan de manier waarop die is verlopen. De profielen van de ouders in verschillende situaties zijn namelijk niet hetzelfde. Moeders die regelmatig alleen voor hun kinderen zorgen, hebben minder vaak een diploma dan moeders die het co-ouderschap delen met de andere ouder – waarvan het opleidingsniveau vergelijkbaar is met dat van niet-gescheiden moeders. Bijvoorbeeld: terwijl de helft van de niet-gescheiden moeders of de moeders met een gelijkmatige co-ouderschapsregeling een diploma van het hoger onderwijs heeft, geldt dit maar voor een kwart van de moeders die de volledige zorg van hun kinderen hebben.
We zien hier ook de verschillen in arbeidsmarktstatus naargelang de verblijfsregeling. Meer dan 80% van de moeders met een gelijkmatige co-ouderschapsregeleng werkt en de meerderheid onder hen werkt voltijds. Van de moeders dat meestal de zorg van hun kinderen dragen, werkt 70% en zij werken vaker deeltijds (40%). Moeders die de volledige zorg van hun kinderen hebben zijn vaker sociale huurders dan de andere groepen, zelfs al is de meerderheid van hen aan het werk terwijl ze voor hun kinderen zorgen.
En hoe zit het met de alimentatie?
Opvallend is ook dat slechts een minderheid van deze alleenstaande moeders financiële steun krijgt van de andere ouder. Het ontvangen van alimentatie komt minder vaak voor in deze soort huishoudens dan bij moeders die het merendeel van de tijd (maar niet continu) de voogdij over de kinderen hebben. De kinderen gaan regelmatig, in het weekend en/of tijdens vakanties, naar hun vader. Meer bepaald is het ontvangen van alimentatie bijna niet-bestaand bij vaders met gedeelde voogdij (3%), laag bij moeders met gedeelde voogdij (10%), hoog bij moeders met het grootste deel van de voogdij (60%), maar lager bij moeders met het grootste deel van de voogdij (30%). Met andere woorden, slechts een minderheid van degenen die het meest behoefte hebben aan alimentatie, ontvangt dit ook.
Deze ontoereikende financiële steun voor de meest kansarme moeders zou aanleiding moeten zijn om de ondersteuning van vrouwen die alleen voor de opvoeding van hun kinderen moeten zorgen, te herzien en te versterken. Hiervoor kunnen twee pistes worden gevolgd. Enerzijds kan er meer steun worden geëist van de vaders, zelfs wanneer zij geen contact meer hebben met hun kinderen: vaker een beroep doen op DAVO (dienst voor alimentatievorderingen), effectieve en zwaardere strafrechtelijke sancties in geval van het in de steek laten van het gezin. Anderzijds zouden de staat en de sociale zekerheid deze gezinnen beter kunnen ondersteunen. Dit kan door middel van specifieke steunmaatregelen voor eenoudergezinnen, maar ook door middel van meer algemene steun voor kinderen, zoals hogere kinderbijslag en gratis toegang tot bepaalde openbare diensten (openbaar vervoer, gezondheidszorg, onderwijs, enz.)

